Op zoek naar de  loorn

door Dona Ferentes 


Deel I: Verbannen uit Saga

Hoofdstuk 9: Een opdracht voor Taris

4

Elvin vouwde de brief op en stak hem weer weg. Ver onder hem verdween het groepje reizigers juist om een bocht, maar van achter een hoger gelegen helling kwamen twee hollende figuurtjes te voorschijn, die het gezelschap klaarblijkelijk trachtte in te halen. Het moesten de twee mannen zijn die de boodschapper van de koning en zijn vrijgeleide hadden vermoord. Nog een of twee glazen en ze zouden zich weer bij hun vrouwe voegen, met al hun vijandige gezindheid tegen Taris. Plotseling had Elvin het gevoel dat hij Taris moest beschermen. Hij moest er zelf om lachen: hij, een tengere floorn zonder verstand van de wapenkunde, zou die man moeten verdedigen die zich ongetwijfeld al in menig duel bewezen had?
Toch was hij overeind gekomen en naar de weg gelopen. Het was werkelijk een brede, goed onderhouden weg, verhard met een dikke laag grind. De afdaling zou niet al te zwaar zijn, zelfs niet voor een floorn die al meer dan een week niets gegeten had en wiens vermogens aangetast waren door langdurige eenzaamheid.
Onderweg dacht hij na. De zegels van de brief waren verbroken. Dat betekende mogelijk dat Azaís handlangers op de hoogte waren van de inhoud - als ze tenminste lezen konden. Zodra de mannen dus hun gebiedster zouden bereiken, zouden Aza de twijfels en de achterdocht van haar toekomstige gemaal ter ore komen. Ook Taris zou ze met meer wantrouwen beschouwen, zelfs al wist ze dat hem de boodschap nooit had bereikt. In feite was het aan Elvin om te voorkomen dat de wapenknechts het reisgezelschap zouden inhalen.
Maar hoe hij zijn hersens ook pijnigde, hij kon geen manier bedenken waarop hij dat in zijn garen kon gieten. Lichtvoetiger dan de mannen was hij zeker, en sneller ook, maar ze hadden een grote voorsprong. De Florijnse manier om zich te verplaatsen kon hij niet gebruiken, omdat hij geen herinnering had aan de slingerweg door de Sluierbergen. Had hij zijn steentje nog gehad, dan had hij daarmee zijn geluk kunnen beproeven. Maar het steentje zat, op zín best, in Tarisí zak, en in het slechtste geval was het verloren geraakt.
Ook de twee moordenaars verdwenen nu om een bocht en er zat voor Elvin niets anders op dan zo snel mogelijk naar beneden te blijven rennen. Eenmaal struikelde en viel hij; hij rolde bijna een ravijn in. Hij keek over de rand en meende het stuk weg te herkennen waarover hij de mannen het eerst had zien lopen. Dat bracht hem op een idee - maar het was geen aangenaam idee, verre van dat. Hij wenste dat hij er nooit op gekomen was. Zijn floornziel was van nature uitgerust met een flinke scheut opofferingsgezindheid, maar hij voelde zich geradbraakt na zijn tocht onder de berg en de afmattende klimpartij, en sommige dingen waren zelfs voor een floorn te gortig...
Hij moest weer een stuk omhoog en zo snel hij kon bleef hij doorrennen. Toen de weg weer begon te dalen, bleef hij even staan om te kijken. Het punt was gunstig, maar de mannen die hij achtervolgde waren nergens te zien. Opgelucht maakte Elvin zich op om door te lopen, toen hij plotseling de mannen te voorschijn zag komen vanachter een uitstekende rotspunt. Ze bevonden zich twee slingerbochten onder hem, maar hij was er bijna recht boven. Hij wilde niet, maar hij moest!
Zonder zich te bedenken stortte Elvin zich langs de berghelling naar beneden, rollend langs struiken en boompjes en over keien en puntige stenen, tot hij op de weg tot stilstand kwam. Hij stond op, stak de weg over en herhaalde zijn heldhaftige rolpartij over het tweede stuk berghelling. Hij beschermde zijn hoofd zo goed mogelijk met zijn armen. Zien kon hij niets, maar hij meende Azaís mannen te horen schreeuwen.


volgende pagina | vorige pagina | inhoud | landkaart

wordt vervolgd !


Geef uw commentaar hier:


ontwerp website: Omvision